Zeiss Ikon Nettar (517/2)

Ik denk niet dat er aan mij een groot artiest is verloren gegaan, zo bleek ik al snel gespeend van elk muzikaal of grafisch talent. Fotografie leek mij dan nog de veiligste optie en sinds enkele jaren probeer ik daar toch wat meer tijd in te steken. Door mijzelf te verdiepen in de basisbeginselen zoals sluitertijd, diafragma en ISO groeide dan ook de interesse in de achterliggende technologie.

Nu bestaat bij deze hobby het gevaar dat er al snel een (stevig) prijskaartje aanhangt. Een degelijke camera kan ook wel wat kosten maar eigenlijk hoeft het helemaal niet duur te zijn om flink wat plezier aan fotografie te beleven. Van het één kwam het ander en in de afgelopen jaren begon ik aan een -weliswaar bescheiden- collectie van oude camera’s. Bij de aanschaf ervan hanteer ik 3 eenvoudige principes:

  • het toestel moet nog volledig werkend zijn;
  • werken met standaard filmformaten (35mm, 120mm);
  • binnen mijn prijscategorie vallen.

Dat laatste lijkt de moeilijkste; afhankelijk van de staat, het merk, de specificaties, … kan de prijs nogal snel omhoog gaan. Ik heb dit simpel opgelost door mezelf een maximumprijs van 50€ op te leggen. Je zou er versteld van staan wat je aan die bedragen allemaal kan vinden op eBay en dergelijke.

De eerste camera die ik zo kocht was de Zeiss Ikon Nettar (517/2) en hij voldeed volledig aan de 3 principes. Ik betaalde er de volle prijs van 12€ voor en hij werkt nog (al was er ook redelijk wat kuiswerk nodig) zij het met de nodige tegenzin.

zeissnettar

De Nettar werd gebouwd in de periode 1951-1953 en was de goedkopere variant van de populaire maar veel duurdere Zeiss Ikonta II. Met zijn goedkopere lens en sluiter werd dit toestel al gauw de “Ikonta voor de arme man” genoemd (wat dat in het Oost-Duitsland van de jaren ’50 ook mocht betekenen…) maar voor het overige zijn de Ikonta en de Nettar perfecte tweelingbroertjes. In die tijd moest je er ongeveer 85 mark voor neertellen, goed de helft van de prijs van een Ikonta. Mijn toestel heeft als serienummer U60021 maar een exact bouwjaar kon ik nog niet achterhalen. De lens is een Novar-Anastigmat 105mm f/4.5 wat het geschikt maakt voor een negatief-formaat van 6x9cm op 120-rolfilm.

Een dergelijk toestel kan je vandaag de dag al vinden voor 15€ en wil je zelf niet al te veel poetswerk doen dan gaat de prijs naar 40€.  En wees gerust, de blikken die je krijgt als je een dergelijk toestel bovenhaalt zijn heel wat meer waard…

Dit is de eerste post in een mini-serie. Coming next: de Zorki-4 uit 1961.

 

Prison 15H

Section A

Oktober 2012, half 5 ‘s ochtends. Op de parking van een grootwarenhuis verzamelen 4 urban explorers met maar één doel; binnen raken in een monumentale leegstaande gevangenis. Een kleine maand eerder was het ons niet gelukt maar het leverde toen wel een goede prospectie op. Vandaag moet het lukken. In alle vroegte wordt het fotomateriaal, 2 ladders en een fles champagne overgeladen. Het is nog donker als we de beide 4 meter hoge muren overklimmen en via het dak een ingang vinden. De beloning is prijsloos; ongeschonden cellenblokken en enkele jaren verval. De champagne wordt ontkurkt en gedurende enkele uren zwerven we door het immense complex. Als kinderen in de bollenwinkel, onze foto’s worden stille getuigenissen.

Enkele maanden later wordt deze locatie te grabbel gegooid op internet en wat volgt is een stormloop van explorers maar helaas ook vandalen. In geen tijd is er een gat in de gevangenismuur en staat het hele gebouw vol graffiti. Dit is -voorlopig- de enige foto die ik bewerkte en telkens ik andere beelden zie verschijnen van deze locatie bloedt mijn hart een beetje om te zien hoe ze er elke keer weer een beetje erger aan toe is. Het trieste lot van de populariteit.

Hands down, zonder twijfel één van mijn beste explores ooit! Co-explore met Neqo, RoJa en Suspiciousminds.

Hazel, mijn meid voor alle werk

Op mijn Macbook gebruik ik al een hele tijd een superhandige app genaamd Hazel om mij te helpen bij het organiseren, opschonen en klasseren van allerhande bestanden en folders. Hazel is te downloaden met een 14 dagen trial versie en na installatie heeft ze zich genesteld als extra paneel in je voorkeuren waar ze rustig wacht om al jouw rommel op te ruimen.

Het principe is eigenlijk kinderlijk eenvoudig; je geeft aan welke directories Hazel moet monitoren en hangt daar een aantal regels aan vast voor wat er moet gebeuren in een bepaalde situatie. Ik denk dat Hazel mijn meest gebruikte applicatie is en het mooie is…je hoeft er eigenlijk helemaal niet bij na te denken. Dat lijkt misschien allemaal niet zo geweldig dus maar meteen een paar voorbeeldjes van hoe ik Hazel gebruik.

Zo heb ik een behoorlijke hekel aan een desktop waar allerhande bestanden, gaande van werkdocumenten tot downloads, op achterblijven. Met Hazel is het een fluitje van een cent om alle bestanden die langer dan een uur op je bureaublad staan te verplaatsen naar een specifieke folder. Je kan dit zo complex maken als je wil door er bepaalde kleurenlabels of tags aan toe te voegen maar in deze houd ik het simpel. Een andere voorbeeld is het leegmaken van de prullenmand. Wie zoals ik al eens een foto neemt heeft op den duur wel enkele RAW’s, PSD’s en TIFF’s die in de prullenmand verdwijnen en dat kan een behoorlijke hap van je harde schijf innemen. Op een gegeven moment was die folder maar liefst 15 GB groot, behoorlijk wat nutteloze ruimte als je het mij vraagt. Ik heb Hazel dan ook zo ingesteld om de prullenbak in de gaten te houden zodat die niet boven een bepaalde grootte uitkomt en alle bestanden die er langer dan een week insteken gewoon permanent te verwijderen. Dat geeft mij net genoeg tijd om eventueel een bestand terug te halen indien nodig.

trash

Maar ook complexere operaties zijn mogelijk. Neem nu de foto’s die ik neem met de smartfoon. Om te vermijden dat mijn iPhone volloopt met kiekjes gebruik ik een app genaamd CameraSync die zo is ingesteld dat telkens ik nieuwe foto’s heb op mijn camerarol die netjes worden afgeleverd in een DropBox-folder. Van zodra Hazel merkt dat er nieuwe bestanden in die folder zijn aangekomen begint ze zonder morren aan haar taak: de foto’s worden voorzien van een deftige naam indien nodig en verplaatst naar een andere folder waar ze volgens jaar en maand gerangschikt worden. I like! cameraroll Sinds versie 3 (denk ik) van Hazel is er ook een eenvoudige upload-functie bijgekomen. Via de slechte vrienden van het internet valt er al eens een torrent-file in mijn downloadfolder en ik hou niet altijd bij of ik die al gedownload heb of niet. Ook hier kwamen een paar simpele regeltjes goed van pas; elke keer Hazel een bestand met de extensie .torrent opmerkt in de downloadfolder wordt die via FTP naar een Seedbox gestuurd die instaat voor de verdere afhandeling. In het verleden kon je dat ook al wel bereiken met een beetje AppleScript maar deze ingebouwde functie is toch een pak handiger. hazelupload Voor mijn fotografie- en blog-workflow heb ik ook nog een hele set regeltjes maar daar kom ik later nog wel eens op terug. Probeer Hazel gerust een tweetal weken uit, ik ben er zeker van dat het voor de meesten een blijvertje wordt.

De Grote Oorlog

Gisteren, 27 februari was het exact 96 jaar geleden dat mijn overgrootoom Oscar De Sutter overleed aan zijn verwondingen opgelopen tijdens de eerste wereldoorlog. Sinds ik vorig jaar via het Militair Archief van het Belgische leger in Evere zijn dossier in handen kreeg heeft de herdenking van 100 jaar WOI een persoonlijk tintje gekregen. Op die manier werd het tragische verhaal van Oscar De Sutter een beetje mijn leidraad voor de komende 4 jaar.

They shall grow not old, as we that are left grow old:
Age shall not weary them, nor the years condemn.
At the going down of the sun and in the morning,
We will remember them.. - Laurence Binyon

Geboren op 7 oktober 1889 te Velzeke werd Oscar opgeroepen voor het vervullen van zijn dienstplicht in 1909[1] als soldaat 2de klas bij de Jagers te voet. Dat hij in het leger moest had hij eigenlijk te danken aan koning Leopold II die op 14 december 1909 -3 dagen voor diens overlijden- een wet ondertekent waarin het vroegere systeem van vrijwilligers en lotelingen wordt vervangen door een dienstplicht.

Als in de zomer van 1914 duidelijk wordt dat het neutrale België er niet in zal slagen de oorlog te ontwijken worden de klassen van 1909, 1911 en 1913 onmiddellijk gemobiliseerd voor de actieve infanterieregimenten. De Jagers te voet zijn een soort lichte infanterie waarvan de 2de Jagers te voet in 1914 gekazerneerd liggen in Bergen (daar worden ze ook ontdubbeld zodat ook de 5de Jagers te voet ontstaat). De Jagers maken deel uit van de 16de Gemengde Brigade die op 3 augustus op de trein wordt gezet in de richting van de Gete. Op 16 augustus 1914 krijgen de mannen hun vuurdoop te Geldenaken. Na de val van de Luikse forten is deze linie niet langer houdbaar en de Jagers trekken zich terug in de Vesting Antwerpen. In die eerste maanden van de eerste wereldoorlog gaat het er niet bepaald zacht aan toe; de Jagers worden met de regelmaat van de klok terug in de strijd geworpen: Verbrande Brug, Eppegem,…telkens met zware verliezen.

Op 6 oktober gaat het Belgische leger in de tegenaanval tussen Duffel en Lier aan de Nete. De Jagers, opnieuw van de partij, lijden andermaal zware verliezen. Wat overblijft van het Belgische leger trekt zich terug achter de Schelde. Nadat ook Antwerpen gevallen is volgt de finale, tussen 17 en 31 oktober, met de Slag aan de Ijzer waarbij de Jagers in actie komen te Diksmuide, Oudstuivekenskerke en Pervijze. Door het openen van de sluizen komt het front voor de Belgen tot stilstand, tot 1918.

Na de val van Antwerpen was de 5de Jagers ontbonden om op 26 december 1916 terug gevormd te worden. Drie dagen later op 29 december wordt Oscar De Sutter overgeplaatst naar het nieuwgevormde 5de Jagers waar hij de rest van zijn oorlog zal blijven. Wat volgt zijn jaren van schermutselingen, ontberingen, gasaanvallen en sluipschutters maar op 27 februari 1918 wordt Oscar zwaar gewond te Diksmuide. Hij wordt afgevoerd naar het hospitaal te Hoogstade met meerdere verwondingen door obusscherven aan de linkerdij en -bil, een rugwonde aan de rechterzijde en hij is totaal in shock.

Oscar De Sutter overlijdt diezelfde dag, 27 februari 1918, 28 jaar oud, aan zijn verwondingen. Hij vocht 3 jaar, 6 maanden en 27 dagen. In 1921 werd hij postuum onderscheiden met 6 frontstrepen en het Croix de Guerre. Hij rust op de militaire begraafplaats te Oeren.

[1]: de wet van 8 mei 1847 bepaalde dat dienstplichtigen werden opgeroepen in hun twintigste levensjaar.

De keuze voor Jekyll

En zo besloot ik op een blauwe maandag dat, na vele jaren trouwe dienst, de WordPress-site toe was aan iets nieuws. Dat nieuws werd uiteindelijk Jekyll, het hoe-en-waarom leest u hier.

“It is one thing to mortify curiosity, another to conquer it. ” - Robert Louis Stevenson, The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde.

Op het web wemelt het van de sites die zijn opgebouwd rond het gratis blogplatform WordPress. Toen ik 8 jaar geleden een site online gooide was dat dan ook een veilige keuze. Over de jaren leerde ik het systeem en de onderliggende php-code vrij goed kennen maar WordPress raakte ook steeds logger bij elke nieuwe update: meer mogelijkheden, meer plugins, meer conflicten met bestaande plugins en code… en dat begon wat op de zenuwen te werken. Op elk van de mogelijke “points of failure” (theme, database, php,…) heb ik de zaak dan ook wel eens ferm verkl**t.

De nerd in mij ging op zoek naar een alternatief en na een lange zoektocht kwam ik uiteindelijk terecht bij Jekyll. Ik heb de meest in het oog springende verschillen tussen beiden eens opgelijst.

  1. De site is statisch.
    Bij WordPress zijn er verschillende componenten; er is de databank in de achtergrond (MySQL) en de bijhorende PHP-code die bij elk verzoek aan de webserver de gevraagde pagina’s dynamisch genereren en samenstellen. Bij drukbezochte websites kan dat dan wel eens foulopen opiekmomenten. Niet zo bij Jekyll want het betreft hier een statische site generator die vertrekkende vanuit een template directory op je eigen pc, aan de hand van een Ruby-commando een hele statische website aanmaakt. De webserver dient in dat geval dus enkel reeds vooraf klaargestoomde HTML-pagina’s te serveren. Wat je echter wint in performantie geef je wel weer een stukje af in flexibiliteit: zo dien je bij elke nieuwe post je Jekyll-site opnieuw te genereren en op de server te plaatsen. Gelukkig zijn daar oplossingen voor..
  2. Je schrijft in Markdown.
    Markdown is een eenvoudige syntax waarmee je in platte tekst een heleboel opmaak kan meegeven. Wie een beetje vertrouwd is met HTML is daar zo mee weg. Geen admin-panelen dus, geen houterige WYSIWYG-editor met elkaar tegenwerkende plugins maar gewone tekstfiles die bij het aanmaken van je site naar statische pagina’s geparsed worden.
  3. Versiebeheer en lokale testing.
    Eén van mijn grootste frustraties met mijn WordPress-omgeving was dat de lokale ontwikkelingen en de site op de server constant uit de pas liepen. Er zijn mogelijkheden om aan versiebeheer te doen in WP maar bij mij eindigde dit altijd in het lokaal aanpassen in mijn ontwikkelomgeving (Mamp en dan de serverversie te overschrijven. Ingrijpen op de code van een live website -zo leerde ik- was ook al niet zonder gevaren. Door de simpele structuur van enkele folders en bestanden van Jekyll is het een fluitje van een cent om je versies in sync te houden metGitHub .
  4. Migratie zonder zorgen.
    Wie ooit al eens een WP-site verplaatst heeft van één provider naar een ander weet dat dat gepaard gaat met een heuse checklist. Dat had vooral te maken met de achterliggende database maar als je dan ook nog eens van domeinnaam veranderde was het helemaal raak. Niets van dat alles met Jekyll; gewoon je folders en bestanden naar de nieuwe webserver/host/domein kopiëren en er kan maar weinig fout gaan.

De site is nog niet helemaal zoals ik zou willen, een paar kleine dingen ontbreken nog maar ik heb er vertrouwen in dat het de komende weken wel allemaal in orde komt. Bye bye PHP en MySQL, just good ol’ fashioned HTML/CSS/JS. Front End, FTW.